Alle kleine beetjes (II)

“Kun je als particuliere individu tussen de 6 miljard andere particuliere individuen wel een verschil maken?”

Ik schreef al dat mijn antwoord op zijn kort en bondigst “Nee, maar ja, en dat hoeft ook helemaal niet” zou zijn. Dat wist ik al toen ik Alle kleine beetjes met (die ijzingwekkende) bovenstaande (cliffhangerige) vraag afsloot, en sindsdien is het niet simpeler maar nog een beetje ingewikkelder geworden allemaal. In mijn hoofd dan tenminste.

(Nee)
Als het gaat om het redden van regenwoud, mondiale zoetwatervoorziening en onder druk staande ecosystemen geloof ik niet dat de kleine beetjes van welk enkel individu dan ook een significant (of op grotere schaal zelfs maar merkbaar) verschil maken. Door plastic bekertjes af te zweren en je tijd onder de douche te halveren red je geen planeet, en ook niet door nooit meer aan boord van een vliegtuig te stappen, en ook/zelfs niet door vegetarier of veganist te worden en de earthly resources maar 1/3e respectievelijk 1/7e maal zoveel te belasten als een enthousiast danwel compulsief vleeseter. Niet in je eentje, want in je eentje ben je maar één op de zo ongeveer zeven miljard. Zelfs No Impact Man, mocht het hem lukken zijn ecologische voetafdruk op absolutely zero te krijgen/houden, is uiteindelijk maar 1 tegen 6.999.999.999 en stelt met zijn extreme leefstijl[1] het Einde der (Leven op) Aarde hooguit een nanomicroseconde (of zoiets) uit.

Zak en as en zinloosheid dus. Voor veel mensen die ik over vego-en-eco-enzo-doen spreek is de zinloosheid van de individuele keuze het op één of twee staande argument om not te botheren,* vooral als het gaat om de oproep van planeetliefhebbers-slash-milieuactivisten om de vleesconsumptie te verminderen/stoppen**. Want stel, ik koop die karbonade die ik normaal koop niet. Wordt-ie weggegooid, en dat maakt het allemaal*** nog veel zonde-r-der natuurlijk want dan was het ook nog eens voor niets. En “dan kun je wel beweren dat de supermarkt het aanbod op de vraag aanpast en dat er dan op termijn minder varkens naar de slacht gaan, maar dat gebeurt pas als er genoeg mensen stoppen met vlees ‘vragen’ en dat zie ik dus echt niet gebeuren he, en als alleen ik dan is het zinloos, dus eigenlijk… eigenlijk it makes no faxing difference. Waarom zou ik dus, voor een verloren zaak?”

(maar ja, en dat hoeft ook helemaal niet)
Als oefening in de logica lijkt bovenstaande excuusredenatie vrij solide. Vanuit de praktische werkelijkheid bekeken raakt-ie echter kant noch wal, omdat ‘ik in mijn eentje’ en ‘de rest van de wereld’ helemaal niet bestaan. Iedere individuele ‘ik’ is tenslotte ook deel van de rest van de wereld.

Alle individuen die concluderen dat hun persoonlijke keuze geheel irrelevant is en er daarom voor kiezen om hun persoonlijke leefstijl ongewijzigd te laten eten met z’n allen niet dat ene karbonaadje maar, afhankelijk van op welke schaal je het bekijkt, tien- honderd- of zelfs duizendtallen karbonaadjes op die ene avond – of, als diezelfde individuen ondanks de schijn van zinloosheid toch maar die vleesloze dag gaan doen, eten met z’n allen niet dat ene karbonaadje minder maar die tien-, honderd- of zelfs duizenden. Zo bekeken is Mr./Ms. X‘s keuze ineens niet meer een op zichzelf staand niets-met-de-rest-van-de-wereld-te-maken-hebbend verhaal. Eenieders kleine beetjes worden – door Moeder Aarde als niet door het een of andere statistiekenbureau – opgeteld bij alle kleine beetjes van alle anderen, en al die kleine beetjes van al die mensen die in hun eentje geen verschil maken maken samen wel degelijk een verschil. No matter hoe geindividualiseerd de gemiddelde (Westerse) samenleving geworden is, deel van een groter geheel zijn we uiteindelijk allemaal toch. Of je het wilt of niet, en of het nu in het groot is of in het klein, bijdragen doe je – either way.

Tenzij je in een al dan niet spreekwoordelijk hutje op een al dan niet spreekwoordelijke hei woont – en dan ook nog zonder via landline of satelliet iets van een verbinding te onderhouden met andere homo sapiens-en – zijn er mensen om je heen met wie je huis of werkvloer deelt, af en toe een eetje hapt**** (al is het maar in de bedrijfskantine), digitale likes uitwisselt, en/of (al dan niet na de consumptie van enige al dan niet vloeibare geestverruimende producten) over Diepzinnge Dingen spreekt. Dus stel dat je besluit het ondanks de zinloosheid toch maar te gaan doen, die Nee-Nee sticker op de brievenbus plakken, in de badkamer een zandloper of ander timer-apparaat zetten, en/of een vleesloze dag-in-de-week instellen of een proefperiode vego-doen doen – dan gaat dat mensen opvallen en gaat er gevraagd worden naar het waarom en hoezo. Door sommigen alleen om je te stangen; door anderen omdat ze willen weten waarom ze ineens vleesloos ‘vlees’ voorgezet krijgen, of wat die zandloper in de douche doet; door nog andere sommigen omdat ze zich naar eigen zeggen eigenlijk (veel te) weinig bezighouden met natuur&milieu terwijl ze dat ergens toch wel belangrijke zaken vinden, en best meer willen weten over. En wie weet, misschien, bereid zijn zich door hun dankzij jou vergaarde nieuwe weten-over te laten inspireren tot het maken van nieuwe/andere individuele, al dan niet geheel zin- en invloedloze, keuzes*****.

Een verschil maken ofwel een positieve invloed hebben op de mensen & de wereld om je heen is een hoogst nobel streven, en als dingen n.a.v. jouw acties of woorden ten goede veranderen is dat de ultieme bevestiging dat ja, je kunt als individu een verschil maken*****. Maar of je omgeving zich laat inspireren tot verandering heb je uiteindelijk niet in de hand, en ergens houden zowel je mogelijkheden als je verantwoordelijkheid op (zelfs als je CEO of politiek leider bent). Persoonlijke verantwoordelijkheid moet eenieder tenslotte zelf op zich nemen, en tenzij je dictatoriale regeringspraktijken onderschrijft valt niet te voorkomen dat sommige****** mensen hun persoonlijke vrijheid gebruiken om dat niet te doen.
Dan rest / tot slot:

“In any moment of decision, the best thing you can do is the right thing. The worst thing you can do is nothing.”[2]
Datgene doen waarvan je gelooft dat het juist is doe je omdat je gelooft dat het juist is. Ook als het niet altijd makkelijk is en niet altijd de moeite waard lijkt; ook als anderen hun persoonlijke verantwoordelijkheid niet nemen is vasthouden aan je idealen alleen al intrinsiek – om het vasthouden aan je idealen an sich – altijd de moeite waard.

*

Bronnen, verwijzingen, & bijzaken
[1] Uiteraard is het al dan niet extreem zijn van des heren’s leefwijze een matter of opinion; ervan uitgaande dat eenieder die dit leest gewend is aan een huis met gas/water/elektra en internet enzo heb ik die ons aller bekende leefwijze voor het gemak even als de norm aangemerkt waartegenover Colin Beaven, zoals de beste man eigenlijk heet (en ja dat moest ik Googlen want nee dat wist ik niet), dan dus erg anders ofwel extreem is. Of het niet onze spoiled rotten leefwijze is die vanuit ecologisch perspectief extreem zou moeten heten is obviously een voer-voor-diepgaande-gesprekken vraag.
[2] Tolstoy, A Confession.

* De andere top-twee reden is dat ‘ik’ echt niet zonder vlees en/of kaas zou kunnen.
** Vanwege de zware belasting die de veesector op het milieu is. Zie, in het heel kort,  ***.
*** Meestal is het het lijden & sterven van het dier dat mensen aanhalen als heteen dat voor niets geweest is als we ‘m niet dan ook opeten, maar de zieligheid van dit of gene dier heeft met het milieu & de motivatie van genoemde milieuliefhebber in deze context (natuurlijk) niets te maken. Met ‘allemaal’ wordt hier, o.a., de kap van regenwoud, het grootverbruik van water, en methaanuitstoot die bij de productie van genoemde karbonade kijken komen bedoeld.
**** Met dank aan Tom Hanks in The Terminal (“an eat to bite”)
***** In verband met de lengte ga ik hier niet verder in op niet-kleine of zelfs grootse beetjes zoals het oprichten van partijen en organisaties, op legale danwel illegale wijze actie voeren, enige macht uitoefenen vanuit je positie op werk of in huishouden, enzovoorts. Doel van dit bericht is tenslotte om juist de kleine beetjes, die wegens het gevoel van zinloosheid zo vaak zitten gelaten worden, in een ander perspectief te plaatsen.
****** ‘sommige’  en niet ‘veel’ staat hier omdat ik er persoonlijk van overtuigd ben dat er een voorwaartse trend is en steeds meer mensen zo langzamerhand, beetje bij beetje, wel ‘iets voor het milieu’ doen of laten.

Advertenties

Waterspelen

De afgelopen week heb ik, als lid van het Bevrijdingsfestival-Partij-kraam-team Daar Moeten We Iets Moois Van Maken, het internet afgestroopt op zoek naar informatie over waterverbruik. Terwijl ik op de ‘i’s van mijn antwoord op de eerder gestelde vraag of je als individu de wereld kunt redden nog wat puntjes zet (want die vraag blijkt ondanks mijn onwankelbare overtuiging dat het antwoord samengevat “Nee, maar ja, en dat hoeft ook helemaal niet” is best een lastige) daarom dit tweede intermezzo, met niet alleen de prikkelende vragen en de juiste antwoorden van het Waterspel, maar ook aanvullende uitleg en zelfs een plaatje. Olee!
Oja, en bronnen natuurlijk, want ik heb het geenszins zelf verzonnen allemaal.

*

Het is de bedoeling dat je als deelnemer je hoofd breekt over welk literaantal rechts bij welk onderwerp links hoort, en dat je tijdens en na het checken van de antwoorden ofwel jezelf een schouderklopje geeft omdat je kennis schier alomvattend is – ofwel je net als het overgrote deel van de Bevrijdingsfestivaldeelnemers verbaast over de werkelijkheid.

Naamloos

.

.

.

.

.

.

.

.

Het toilet doorspoelen: 3 – 9 liter
Een ouderwetse WC verbruikt per spoelbeurt algauw negen liter water. Bij moderne toiletten is dit gemiddeld zes liter voor een volle spoeling. Op de meeste nieuwere spoelbakken zit daarnaast een ‘spaarknop’ voor de kleine boodschap, waarmee drie liter wordt doorgespoeld, en/of een ‘stopknop.’ 

Tandenpoetsen met de kraan open: 6 – 10 liter
Het gebeurt bijna ongemerkt: tijdens het tandenpoetsen blijft de kraan stromen. Per minuut verdwijnt er bij een bescheiden straaltje algauw twee liter door de gootsteen. Drie tot vijf minuten betekent dus een verlies van zes tot tien liter.

 De afwas in de vaatwasser: 15 – 20 liter
De afwas schonen met een moderne vaatwasser betekent een verbruik van gemiddeld tussen de vijftien en twintig liter per keer. Met de hand afwassen kán een stuk zuiniger zijn – mits dit in een teiltje gedaan wordt, er niet al te uitgebreid wordt voorgespoeld, en de kraan niet met bovengenoemde twee liter per minuut door blijft stromen. En natuurlijk geldt dat een volle vaatwasser relatief gezien minder water vraagt dan na elke maaltijd een teiltje vullen… Wel is met de hand afwassen op andere manieren beter voor het milieu: het productieproces van een vaatwasmachine is een veel grotere belasting dan die van de afwasteil, en over het algemeen zijn handafwasmiddelen een stuk minder schadelijk dan varianten voor de vaatwasser.

Een was draaien: 55 – 85 liter
Net als het toilet en de vaatwasser is de gemiddelde wasmachine de afgelopen jaren een stuk zuiniger met water geworden. Echt oude wasmachines verbruiken 85 liter of meer per wasbeurt, de gemiddelde nieuwerwetse exemplaren rond de 55 voor een standaard was.

Tien minuten douchen: 65 – 150 liter
Toilet, vaat, en was zijn dankzij vernieuwing van techniek zuiniger geworden met water – maar aan douchen is de gemiddelde Nederlander ondanks vernieuwingen steeds méér water kwijt. Hoeveel water er per minuut uit de douchekop stroom verschilt nogal per soort. De gemiddelde ‘gewone’ douchekop levert in tien minuten bijna 100 liter, terwijl uit de gemiddelde spaardouche in diezelfde tijd zo’n 65 liter stroomt. De allerzuinigste spaardouchekop kan het af met 45 – daar staan de grootverbruikende luxe koppen tegenover met soms meer dan 200 liter per tien minuten.

Een T-shirt maken: 2700 liter
Voor het verbouwen van bijvoorbeeld katoen, het wassen, verven, et cetera, is in totaal per T-shirt gemiddeld zo’n 2700 liter water nodig.

Een steak produceren: 3850 liter*
Voor de productie van vlees, zuivel, en eieren wordt ongelooflijk veel water gebruikt. Het overgrote deel hiervan is nodig voor het verbouwen van de granen die als veevoer zullen dienen; dit wordt op 98% van het waterverbruik in de vee-industrie geschat. Daarnaast drinkt een dier natuurlijk, en wordt voor schoonmaak en het productieproces water gebruikt. Volgens de meest behoudende berekeningen ‘kost’ een kilogram rundvlees een ongelooflijke 15.400 liter water. Voor een kilogram varkensvlees wordt 6000 liter verbruikt, voor een kilogram kip 4300.
*voor een steak van 250 gram

Het daadwerkelijke spel zag/ziet er zo uit – en omdat ik onderstaand praktisch resultaat niet zelf heb geknipt en geplakt durf ik best te stellen dat het mooi geworden is:
11194506_10205705059618038_3143345153089108302_o

Begin volgende week eindelijk Deel II van Alle Kleine Beetjes!

Belangrijkste bronnen:
Mekonnen, M.M., en A.Y. Hoekstra. The green, blue, and grey water footprint of farm animals and animal products. Enschede: UNESCO, 2010. (PDF)
Uitkomsten onderzoek Universiteit Twente (persbericht).
Oel, P.R. van, M.M. Mekonnen, en A.Y. Hoekstra. The external water footprint of the Netherlands: Geographically-explicit quantification and impact assessment. Enschede: Elsevier & Universiteit Twente, 2009. (PDF)
Anderson, K, en K. Kuhn. Cowspiracy. 2014.
Artikel “Vleesliefhebber doet aanslag op zoetwatervoorraad.”
Watervoetafdruk.org

Alle kleine beetjes??? (I)

Aan/voor het begin van de maand had ik me voorgenomen elke dag iets groens te doen. Omdat het vandaag alweer de vierde dag van de tweede helft van de maand is lijkt dit me as good a time as any om toe te geven dat ik het sinds de legendarische dag van de meebeker (of sinds de dag van de legendarisch meebeker?) wat neerschrijven en opnoteren van mijn grandioos groene acties betreft geheel heb laten afweten. Een beetje oeps, maar gelukkig verkeert mijn geheugen in dusdanige conditie dat ik me van de afgelopen twee+ weken genoeg herinner om een min of meer samenhangend stukje te produceren.

x) Vier appels en drie peren en een kiwi of vijf en misschien ook nog wat pruimen en natuurlijk een paar tomaten – dat betekent vijf plastic zakjes om het bij de kassa af te laten wegen. Dat kun je oplossen door naar een supermarkt te gaan waar je zelf je G&F mag/moet afwegen en de cassiere genoegen neemt met een stickerfestijn, en/maar je kunt het ook oplossen door alles los op de band te leggen. Blij verrast heb ik geconstateerd dat mijn fruit-zonder-zakjeswaanzin bij de geslachtoffereerde cassieres niet tot het slaken van ‘subtiele’ zuchten leidt. Ze deden zelfs net alsof het allemaal heel normaal was.*
x) Bewust omgaan met papier leidde al snel en vanzelfsprekend tot kritische zelfbevraging** en tot vooral minder omgaan met papier. Van die jaaropgaaf heb ik eigenlijk geen hard copy nodig en dat overzicht van mijn hardloopplannen staat ook wel prima op mijn Bureaublad; die glossy flyer is wel flashy maar ik kan me ook door Google laten voorlichten over datum, tijd, & locatie van het festijn; alle mogelijke aanbiedingen van alle mogelijke winkels staan ook op de relevante website. Desnoods blader ik bij Korenbeursbinnenkomst de Bonuskrant even door, maar daarna leg ik hem beslist terug in het rek.

Zo gaat het lijstje door met vooral meer van hetzelfde idee. Muggenziften & mierenneuken, zo voelt het een beetje. Alsof mijn jaarlijkse tweeëndertig niet-printjes en twaalf bespaarde notitieblokken of de vierentwintig & zestien niet-meegenomen flyers & folders het grote verschil maken. Of überhaupt een verschil. Ik geloof daar eigenlijk niet zoveel van; denken dat je de wereld redt door ecologisch toiletpapier aan te schaffen*** lijkt mij pure grootheidswaanzin, zelfs als je levenslange diarr–
Anyway.

Ik kijk naar dat rek Bonusfolders in de AH en bedenk me dat er in Groningen alleen al een stuk of tien van die rekken vol staan en dat er behalve AH’s ook Jumbo’s en Coop’s en Poieszen en Aldi’s en Lidl’s en Sparren en Plussen zijn, en dat dat alleen nog maar de supermarkten zijn want ik heb wel een nee-nee sticker maar mijn ouders niet en die krijgen tweemaal per week een zooi in plastic verpakte reclamefolders in de bus (en huis-aan-huisbladen****). Over de hoeveelheden papier, verf en inkt die hierin omgaan durf ik geen enkele schatting te maken.
En dan verwacht ik dat Ahold en/of who-whatever op termijn minder folders gaat printen omdat ene Alexander ze nait mot? Over grootheidswaanzin gesproken…

Ook het aanschaffen van ecologische sandwichspread en Fair Trade koffie en een spaarlamp en schoenen zonder leer voelt misschien wel goed maar leidt nou niet meteen tot een vermindering van het aantal hongerende medemensen of een toename in de ijsberenpopulatie.*****

Behalve een scherper oog voor verspilling en bijbehorend actiever geweten heeft dit groen-doen me de afgelopen weken dus vooral het besef opgeleverd dat ik als particuliere individu maar heel weinig invloed heb op de state of the world. Wat heeft het voor zin dat ik thuis enveloppen ben gaan recyclen als het uitzendbureau mij en mijn veertien nieuwe collega’s allemaal een volstrekt overbodige glossy multomap met plastic tabbladen en enkelzijdig bedrukte papieren geeft? En hoe milieubesparend is het eigenlijk als ik om al mijn dingen digitaal te doen constant de kompjoeter aan heb staan? Is groen-doen niet, net als dat scharrelei, vooral een kwestie van Beter Geweten? En/want zelfs al ga je in dat hutje op de hei wonen en doe je alles wat No Impact Man doet – kun je als particuliere individu tussen de 6 miljard andere particuliere individuen wel een verschil maken?

<wordt vervolgd>******

* ik heb uiteraard niet hun geduld op de proef gesteld door zes losse bananen uit te zoeken of door mijn fruit in de volgorde appel – kiwi – peer – appel – pruim – kiwi – tomaat – appel – peer – kiwi – pruim – peer – appel – tomaat – kiwi – kiwi – tomaat – appel – pruim te leggen, want dat zou gewoon niet lief zijn.
** indien eventuele slordige leespraktijken er op dit punt toe leidden dat dit blog heel even een erotisch tintje leek te hebben gekregen is de auteur hiervoor niet aansprakelijk; er staat echt gewoon bevraging.
*** want behalve de AIVD nu ook de AH:
EcoBonus
**** nee, ik heb geen moment overwogen om over te stappen op krantenpapier (want mijn nee-nee sticker vervangen door een nee-ja sticker puur om wc-papier-vervangend-krantenpapier in de bus te krijgen is toch wel een beetje jammer ook).
***** ik ben me ervan bewust dat ecologisch/groen en Fair Trade niet hetzelfde zijn, maar wat mij betreft horen ze wel bij elkaar. O.a. vandaar dat ‘enzo’ in de blogtitel. &/of zie Over de auteur.
****** het is natuurlijk de bedoeling dat de lezer tijdens het nagelbijtend wachten op de volgende aflevering van dit spannende geheel zijn/haar hersens gaat pijnigen over het meest waarheidsgetrouwe maar liefst ook positieve-hoopgevende antwoord op de laatstgestelde vraag.

Op een onbewoond eiland

De kans dat het ooit zover komt schat ik laag in. Heel laag. Nul, zeg maar. Voor in ieder geval de komende jaren heb ik namelijk geen plannen om wereldzeeen te verkennen. Hooguit ga ik een keertje de Waddenzee op, en hoewel daar vast wel iets aan onbewoonds te vinden is qua eilandjes (Rottum) lijkt het me sterk dat iemand daar voor langere tijd stranden kan; met een beetje geluk wadloop je desnoods terug naar de bewoonde wereld.

Maar stel dat de klimaatvoorspellingen uitkomen, en na Tuvalu* loopt ook Nederland voor een groot deel onder water, en ik ben een van de weinige overlevenden van de vloed, en de enige in Stad**, en er blijft zo rondom waar ik dan toevallig ben een eilandje over. Dan zou het kunnen. Ik en de Martinitoren op een eiland van een paar vierkante kilometer. Zoiets.

Ik vind het een weinig romantisch beeld.*** Als ik dan zo nodig op een onbewoond eiland terecht moet komen wil ik er eigenlijk wel eentje met een tropisch klimaat, palmbomen, en een fijn zandstrand.

Dat terzijde (ja, al het bovenstaande (behalve de Tuvalureferentie want dat is wel echt waar)). Want wanneer je als vego de vraag krijgt
“… en als je dan op een onbewoond eiland strandt, en er is niets eetbaars behalve dieren, zou je dan wel vlees eten?”
is het helemaal niet de bedoeling dat je je middelbareschoolwiskundekennis opdiept om een kansberekening te maken over de waarschijnlijkheid van deze of gene situatie. Het is de bedoeling dat je bevestigt dat je ofwel geestelijk niet in orde bent – want liever doodgaat dan een dier eet -, ofwel een hypocriet die zich bij een beetje honger ontwikkelt tot een carnivore vreetzak.

Mij is De Vraag nog niet gesteld. Misschien komt dat omdat ik alleen leuke vrienden heb**** en omdat mijn familie wel gewend is aan mijn hebben van gekke ideeen en omdat de meeste van mijn kennisen en collega’s die het ter ore komt dat ik vego doe het idee in principe best okee vinden maar nu eenmaal nooit zonder vlees zouden kunnen, of zich afvragen of je dan je voedingsstoffen allemaal netjes binnenkrijgt, of niet zouden weten hoe een fatsoenlijke vego maaltijd er dan uit zou moeten zien. Mits het niet drie keer per dag hoeft, en mits je je als representative van het vego-gedachtegoed niet al te fundamentalistisch-rechtlijning-zwart/wit opstelt en mensen tegen jou en al-wat-vego-is in het harnas jaagt, en mits je niet net een lekkere maar onsmakelijk uitziende groentesmoothie aan het drinkkauwen bent en die als voorbeeld van een typisch McVego meal neemt, valt daar best een leuk gesprek over te voeren.

Vroeger of later kom ik ongetwijfeld minder vego-friendly lieden tegen die niet zozeer in gesprek willen als wel zin hebben in een potje vego-pesten (en wiens gevoel voor humor zich al dan niet kenmerkt door de hilarische binnenkomer “ik houd ook van dieren, ik eet ze elke dag”).
De werkelijke vraag is dan, wat mij betreft, of die ander voor genoeg rede vatbaar lijkt om het de moeite waard te maken me als een waardige volwassene te blijven gedragen en de vraag serieus te beantwoorden [1]. Want als je iemand die vanuit gemakzuchtige onwetendheid de spot drijft ertoe kunt bewegen iets minder gemakzuchtig en onwetend te worden is dat natuurlijk een kans die je zou moeten grijpen.

Maar hoewel ik oprecht wil streven naar liefdevol leven ben ik (nog?) geen absolute pacifist en is aan dode paarden trekken***** niet een van mijn ambities. Dus misschien dat ik in een geval dood paard toch liever mijn toevlucht zoek tot een gelijkend niveau.
Uit onderstaand filmpje (en uit de Bijbel, want Jezus deed ook aan de terugstrikvraagmethode) heb ik alvast geleerd dat dezelfde vraag (omgekeerd) terugstellen, if not effectief, in ieder geval heel cool (en/want irritant) kan zijn.

“Wat als je neerstort met een vliegtuig, en het lukt je naar een eiland te komen, en er spoelen wel lijken aan maar die spoelen ook weer weg en je kunt de lijken niet eten en er is echt geen vlees te bekennen — zou je dan een kokosnoot eten?”******

Omdat gedeelde smart halve smart is en ik dit liedje nu al een dag in mijn hoofd heb wil ik jullie tot slot deze ook niet onthouden:

[1]
“Ja. Ik ben vego omdat ik het niet eens ben met de manier waarop, niet omdat ik in de grond 100% anti-vleeseet ben. Op een onbewoond eiland ben ik een kleine verandering in een eco-systeem en kan er een mooie en natuurlijke mens-in-natuur situatie ontstaan, omdat ik die natuur met respect zou benaderen. Als ik dan vlees moet eten om in leven te blijven, c’est ca.”

* de bewoners van het eiland Tuvalu zijn de eerste erkende klimaatvluchtelingen; hun thuiseiland is daadwerkelijk onder de zeespiegel aan het verdwijnen. Waar het ligt? Geen idee. Ergens in de buurt van Nieuw Zeeland waarschijnlijk, want dat is het land dat de Tuvaluanen (Tuvaluers? Tuvali?) asielstatus verleend heeft.

** met italics omdat je het natuurlijk wel op zijn Gronings dient uit te spreken.
*** weinig romantisch – en ook wel een beetje lullig naar mijn vrienden in Groningen toe. In het echt zijn jullie er dan natuurlijk ook nog, maar omdat ik voor dit verhaal nu eenmaal een onbewoond eiland nodig heb… afijn, ik vind jullie nog wel lief, hoor.
**** maak ik het zo een beetje goed?
***** ik hoop niet dat deze metafoor aanstootgevend is. Ik heb dat paard tenslotte niet doodgemaakt; laten we ervan uitgaan dat-ie na een lang en gelukkig leven van ouderdom is omgekomen.
****** vertaald en enigszins geparafraseerd.

(G)een leuk stukje

Het wilde maar niet lukken, een leuk & luchtig stukje schrijven. Eerst probeerde ik het over Science Fiction* (en propaganda), n.a.v. een zwaar inspirerende lezing waarin het maatschappelijk nut van het genre uit de doeken werd gedaan, maar dat werd erg lang en erg warrig en ook een beetje naargeestig-apocalyptisch.
Toen bedacht ik dat ik in plaats daarvan iets onder de titel Blij Ei zou schrijven, omdat het inmiddels Goede Vrijdag was, maar dat werd nog veel sneller nog veel naargeestiger want als je een blik over De Eierindustrie opentrekt is de rampspoed van vergaste en versnipperde hanenkuikentjes[1] en snavelkap[2,3] en gemanipuleer van warmte & licht[2] om het machine formerly known as kip optimaal te doen produceren niet te overzien.

Hoewel het mij niet in de allereerste plaats om de zielige diertjes gaat** en ik geen op je sentiment-en-schuldgevoel-inwerkende vegangelist ambieer te zijn telt de kwaliteit van leven van het individuele dier in mijn overwegingen en -tuigingen natuurlijk wel een beetje mee. Ook al is het maar een kip en geen mens en zelfs geen hond of poes waar we om arbitraire redenen over het algemeen dan weer wel lief voor zijn.
Maar wat me bovenal stoort is het ethische failliet van de bio-industrie; het gemak waarmee de mens zich het recht toeeigent om in naam van De Economie (also known as Mammon) alle mogelijke, zo het uitkomt genadeloze, middelen in te zetten ten dienste van Meer Productie en Meer Winst. Niet alleen ten koste van het individuele of collectieve (zielige) dier maar evengoed ten koste van de medemens – niet alleen ver weg en later maar ook dichtbij en nu.

Een leuk en luchtig verhaal wil het dus echt niet worden.

Durf je de persoonlijke verantwoordelijkheid die het gevolg is van kennis wel aan en/of dacht je dat het wel meevalt met de eierindustrie (want de kippetjes zitten toch niet meer in batterijen maar mogen lekker scharrelen?) en/of wat bedoel ik met vergassing en dat meen ik toch niet serieus?

Lees dan op deze Ei-page verder over twee naar mijn beste weten nog-niet-algemeen bekende zaken (met de toelichtingen bij [1], [2] en [3]).

Ignorance is bliss – ofwel toch liever niet weten hoe het zit? Gelukkig wordt het volgende stukje stukken leuker, al zeg ik het zelf; daarin gaat het over, o.a., leven op een onbewoond eiland (al dan niet op je luie hardewiets & met je billen bloot***). Houd je vooral van leuk, dan nog even geduld dus.

*science fiction hoort natuurlijk geen hoofdletters te krijgen maar Science Fiction ziet er veel mooier uit.
** het is een hardnekkige mythe dat veganisten hypersentimentele zielen zijn die het liefst de hele dag koeien knuffelen. In werkelijkheid zijn het meestal ethisch sterk ontwikkelde mensen die hun keuzes baseren op de verhouding tussen de feiten en hun morele kompas. Vego worden is een sterk rationele keuze – in tegenstelling tot het uit de weg gaan of weglachen van de onplezierige feiten omdat het allemaal wel een beetje leuk moet blijven. Noch zie ik een rationeel beginsel in het in een lang weekend verstouwen van een maandvoorraad eieren.
Ik denk dat ik daar maar een keer een stukje over moet schrijven.
*** een schande als je ‘m niet kent maar misschien ben ik ouder dan ik denk (?). Kinderen voor Kinderen!

Sources & References
~ Website Waardelozehaantjes.nl
~ YouTube Filmpje Jamie Oliver
~ Overzicht eiercodes 1: PvdD
~ Overzicht eiercodes 2: Keuringsdienst van Waarde
~ Artikel snavelkap Trouw
~ Overzicht Beter Leven sterrenoverzicht Dierenbescherming (pdf)
~ Webpagina Wakker Dier over legkippen

Meebeker

Met enige schroom (wat ik natuurlijk goed verborg door fier en zelfverzekerd de gangen te bewandelen) voegde ik me vanmorgen in de rij voor het koffie-apparaat. Mijn nieuwe collega’s vonden het wel luxe, zo’n eigen zelf-meegebrachte beker.
“Eigenlijk zou je naam erop moeten staan,” aldus nummer 14* (die nummers heb ik, nr. 13, niet bedacht, zo staan we op de lijst). Ik antwoordde: “die staat er op,” want mijn grote zus had een paar jaar geleden het vooruitstrevende inzicht mij te voorzien van een beker/mok met mijn naam. Een groene, of all colors.

Tot zover, zo ongeveer, de diepgaande navraag naar mijn bezieling om op dag drie van onze gezamenlijke carrierestart al uit de maat van de algehele normaalheidsconsensus van het gewoon-een-plastic-bekertje-uit-de-automaat-laten-komen te gaan lopen. Nou ja – lopen. Wat we doen, als groep, als we van ons bedrijfschoollokaal naar de fotostudio gestuurd worden of een rondleiding krijgen of naar buiten gaan voor wat frisse windkracht-10 lucht, code oranje, lijkt meer op slenteren – hoewel het ook weer niet sjokken is. Wat ik bedoel is dat het gezellig is op mijn nieuwe werk en dat men vooralsnog heel lief voor ons is – maar omdat ik een geheimhoudingsverklaring heb getekend kan ik er helaas niet veel meer over vertellen.

Het was niet eens mijn eigen revolutionaire idee, trouwens, om zelf een beker mee te nemen naar mijn werk, want gisteren tijdens de eerder genoemde rondleiding zag ik in een kast op mijn toekomstige afdeling een hele verzameling zelfmeegenomen bekers. Mocht dit 2,500 werknemers tellende bedrijf dus ooit plasticbekervrij worden dan kan & wil ik daarvoor niet de eer opstrijken. Wel hoop ik, stiekem, dat mijn subtiele propaganda** voor groen-doen van vandaag ook in onze nieuwe groep tot een paar meebekers leidt.

* om privacyredenen is dit nummer mogelijk gefingeerd. Wie zal het zeggen?
** na de volgende post, die al half af is maar die ik t.b.v. het hebben van een stukje voor vandaag heb losgekoppeld voor later afronding & plaatsing, zal deze zinsnede meer sense maken.

Vegan Challenge voornemens

Eindelijk, een lijstje!

Eerst – kort – over de vegan challenge: 
Zie hier. 
Natuurlijk spreekt het voor zich dat eenieder vrij is zelf vorm te geven aan zijn/haar eigen iets-met-veganisme-Challenge. Vandaar mijn persoonlijke voornemens:

1) Alleen plantaardige zuivel kopen (waarmee ik stiekem al begonnen ben en waarmee na vlees, eieren* en kaas ook eindelijk boter, melk, en yoghurt uit mijn dieet verdwijnen).
2) Vegan for Life lezen, een sportdietist bezoeken, en op andere manieren kennis vergaren over gezond veganistisch eten. / of: aan voedingsleer doen.
3) Mijn parate kennis over de landbouw- en veeteeltindustrie op- en uitbouwen, inclusief relevante en bruikbare cijfers.

Niet vego, wel eco, en voor nu nog even heel algemeen en breed:
4) Gebruik van plastic beperken.
5) Gebruik van papier beperken.

Het lijstjeDe lijst in mijn hoofd is nog veel langer, maar in navolging/na-aping van Farquharson lijkt het me goed om ze er niet allemaal tegelijk uit te gooien maar per dag (in ieder geval) een bewuste keuze uit te werken, naast bovenstaande. Niet gedurende 366 dagen, maar wel 30. & net als zij begin ik klein. Voor morgen:
(1/4) een eigen beker meenemen naar mijn werk zodat ik geen plastic bekertjes uit de automaat hoef te halen.

* met uitzondering van de eieren die de kippen van mijn ouders leggen.

Bron&Verwijzing
Norris, J., RD, and Virginia Messina, MPH, RD. Vegan for Life. Everything you need to know to be healthy and fit on a plant-based diet.  Boston: Lifelong Books, 2011.

Hoe het allemaal zo gekomen is (intro twee)

Vlees* eet ik inmiddels zo’n tien jaar niet meer, en sinds mijn eerste deelname aan de Vegan Challenge – was dat nou vorig jaar of alweer een jaar eerder?! – heb ik zo nu en dan gepretendeerd soort-van-semi-veganist te zijn. Semi. Soort van. Want yoghurt, melk, kaas, en the occasional egg zijn ondanks de kennis over de dierenleedindustrie in mijn achterhoofd toch wel lekker. En makkelijk. Veel makkelijker dan vrienden vantevoren vragen of die ovenschotel ook zonder mozzarella en geraspte kaas en creme fraiche kan, en makkelijker dan elke keer als je een weekend naar je ouders gaat een tas met niet alleen vego ‘zuivel’ en vleesvervangers maar ook broodbeleg zonder wei en meilkeiwit en sporen van eidooiers mee te slepen. En brood, trouwens. Gezelliger dan niet mee blijven eten of in de bedrijfskantine vijf dagen in de week gevraagd worden uit te leggen hoezo je dan veganist bent. En goedkoper; een liter koeienyoghurt kost zestig cent, ‘yofu’ is bijna twee euro voor een halve liter. Vier redenen, dus, om geen dieren te eten maar wel hun producten: lekker, makkelijker, gezelliger (of: sociaal wenselijker), en goedkoper.

Note dat lekker geen -der kreeg hierboven. Een sojamelk-bananensmoothie & yofu met een hand noten winnen het qua smaak wat mij betreft met gemak van hun dierlijke product-soortgenoten – en ook dat wist ik ergens nog wel vaag. Maar dat goedkoper, dat telt wel als je van een vastgestelde minima-uitkering moet leven & melk en yoghurt zo’n beetje de basis van je voedselpiramide vormen (overigens was het voor mij persoonlijk best te doen, leven van uitkering en toeslag, en gaat het misschienachterafeenbeetjevooral over gestelde prioriteiten).

Gelukkig betekende werkloos zijn in mijn geval ook dat ik veel tijd omhanden had en dat daardoor na een aantal maanden het gevoel van zinloosheid dusdanig was gegroeid dat ik uiteindelijk besloot zelf maar iets van een zin te gaan zoeken (“Goh, dat inzicht dat je zelf een zin kunt zoeken liet wel even op zich wachten, he?” Eh… ja). Vandaar dat ik me, naar aanleiding van een wat-is-het-gaaf-dat-er-een-partij-bestaat-waar-ik-voor-98%**-achter-kan-staan nieuwjaarsborrel aanmeldde bij de Partij voor de Dieren werkgroep. Om net mooi in campagnetijd iets te doen aan/met/voor mijn (nog-net-niet-zo-ver-dat-ik-weer-vlees-ben-gaan-eten) weggezakte idealen.

Vandaar dat ik oude kennispaadjes in mijn brein opnieuw bewandelde en er meteen maar een aantal nieuwe bij aanlegde. Het bijwonen van de screenings van Cowspiracy de ene en One Single Planet de volgende week leidde tot het verwoed maken van aantekeningen (die ik vast nog eens deel op dit blog) en de achterhoofdgedachte dat ik hier in den toekomscht gebruik van zou kunnen maken als ik als semi-maar-nu-wel-op-een-serieuze-manier veganist weer allerlei vragen naar mijn hoofd zou krijgen. Met dan de relevante en geloofwaardige bronnen (“Nee, het is geen lollig onderzoekje door de PvdD zelf gefinancierd, het is een serieus wetenschappelijk onderzoek dat door de Wageningen Universiteit is gedupliceerd en gevalideerd***” of “Nee, het is geen door de vleesvervangers-industrie gefabriceerd verhaal, het is een door de VN gedaan onderzoek & uitgebracht rapport****” of “Nee, het is niet de Nederlandse Vereniging voor Veganisme die dit zegt, maar de World Health Organisation.****

*****

Vandaar dat ik Groen Groener, Groenst uit de bibliotheek haalde – wat trouwens heel groen is, lid zijn van de bieb, zeker als je zo’n pathologische****** lezer bent als ik.
& vandaar dat ik me voor een tweede keer heb opgegeven voor de Vegan Challenge, om de komende maand (april) bewust/actief bezig te blijven met het topic, recepten toe te voegen aan mijn inmiddels geroutineerde handvol standaarden, en mezelf over het vermaande gezelligere & makkelijkere van een alleen-geen-vlees dieet boven een semi-veganistische variant heen te zetten.

Stiekem ben ik al begonnen – ik heb inmiddels weer werk en daarmee gaan de deuren van een EKOplaza toch een stuk makkelijker open – en daarom is mijn oorspronkelijke Challenge, which is overstappen naar plantaardige zuivelalternatieven, eigenlijk al niet zo heel erg een challenge meer.

Daarom een lijstje met wat ik de komende maand wil bereiken:
Vegan Challenge voornemens

*voor de duidelijkheid: ‘vlees’ is behalve varken en koe ook gevogelte en vis. En schapen en geiten. En honden, katten, en cavia’s. En haaien(vinnen). Sprinkhanen, vraag je? Eehhh… daar moet ik eigenlijk even over nadenken… ik denk het wel?
**een symbolische schatting. Het zou ook 95% kunnen zijn, of 97,46% – maar i.i.g. a) geloof ik niet dat je zolang je als kritisch individu functioneert echt volledig achter een partij/groepering/organisatie kunt staan dus b) er zijn logischerwijze standpunten waarvan ik (nog) niet weet of ik het er geheel mee eens ben.
*** Dit geldt in ieder geval voor de documentaire Meat the Truth.
**** De VN en de WHO hebben inderdaad rapporten uitgebracht en berichtgevingen gegeven met betrekking tot bijvoorbeeld de wereldwatervoorziening (en het aandeel dat de landbouw- en veeteeltindustrie hebben in het (dreigende) tekort). Whenever ik een concreet voorbeeld tegenkom komt dat vast in een blog.

***** Gewoon zomaar een paar sterretjes.
****** Pathologisch: ziekelijk. Gestoord. Totaal krankjorem. Mijn record is dertig boeken in dertig dagen, vraag me niet hoe (okee, vraag het maar wel. Door heel veel te lezen, de hele dag, en niets anders te doen).

Bron&Verwijzing
~Website Cowspiracy
~Website One Single Planet
~Website Meat the Truth
~Website VeganChallenge.nl
~Website Nederlandse Vereniging voor Veganisme (is NIET nvv.nl!)

One Single Planet
kijken? Dat kan online, gratis & geheel legaal.
– deel 1: inleiding
– deel 2: zoonosen (ziekten in dier & mens)
– deel 3: biodiversiteit
– deel 4: water
– deel 5: voedsel en slotwoord

Groene lijstjes, ambities, en andere introductiestukjeselementen.

Vorige week heb ik Groen, Groener, Groenst gelezen – vertaling van Sleeping naked is green: how an eco-cynic unplugged her fridge, sold her car, and found love in 366 days van Vanessa Farquharson. Vervolgens heb ik me een aantal dagen verzet tegen het idee dat ik zelf een blog zou kunnen gaan schrijven, omdat een blog schrijven verschrikkelijk onorigineel is en ik me afvraag of het blogverzadigingspunt van/op het wereldwijdeweb niet allang bereikt is. Miss Farquharson vond dat vijf jaar geleden trouwens ook al.

Maar ja. De lijstjesmens in me werd toch wel aangesproken door Farquharson’s 366-dagen-groene-dingen-doen lijst. En misschien vind ik het ooit, als ik een geslaagd veganist & duurzaam & politiek geëngageerd mens geworden ben, leuk om terug te lezen hoe dat ook alweer allemaal zo gekomen is (en kan ik mezelf nog eens van harte uitlachen om mijn gestuntel (?)). En mijn bijna ziekelijke behoefte om Kennis te Delen – want kennis is zo leuk – zou ik ook mooi kunnen bevredigen. En, niet onbelangrijk, als ik mijn verbale ecoterreur tot WordPress beperk en Facebook minder volspam groeit de kans dat mijn Facebookvrienden mijn Facebookvrienden willen blijven (ik ben een terrorist van niks, hoor, want ik ben voor vrije wil enzo). En een beetje raakbloggen op een WordPress kan, behalve dat ik mijn gedachten ergens neer kan plempen want dat is zo fijn, misschien stimulerend werken voor die aanstaande bestseller, Slagerszoon, waar ik stiekem mee worstel in Word. Daarin beginnen zinnen trouwens zelden met “En.”

Dus over de vraag of dit geheel zal gelden als product van geïnspireerd-zijn of als onomwonden na-aperij heb ik me maar heen gezet. Want je hoeft het natuurlijk niet te lezen als je dat niet wilt (zie je wel, ik bak er niks van. Ik hoop trouwens niet dat de  AIVD watchdog mijn voorgaand gebruik van het woord ‘terreur’ registreert en me op één of andere in-de-gaten-houden-lijst zet). Gelukkig is een blogoverschot niet half zo schadelijk voor Moeder Aarde als het mestoverschot waar ik vroeger of later vast een keer over ga oreren.

Noot: als bijna-moedertaalsprekende Anglofiel & schrijverredacteurbeheerder van dit stukje internet houd ik me het recht voor random Engels te doen want dat is leuk en veel gemakkelijker dan dingen als resources vertalen naar natuurlijke hulpbronnen en dan van het verhaal afdwalen om te beargumenteren dat met die benaming de suggestie gewekt wordt dat een boom vooral/alleen bestaat om ons te helpen en dat dat fout is, en – waar was ik?

Oja, waar dit blog over gaat gaan.

Iets met mijn zelfverzonnen of gejatte ideeën en projecten voor groen-doen – al dan niet in lijstvorm – & de daaruit voortvloeiende avonturen.

Iets met de informatie over alles wat met duurzaam & vegan & anderszins lief-zijn-voor-de-wereld te maken heeft die ik vergaar vanuit allerlei mogelijke bronnen. Aantekeningen van lezingen/documentaires/boeken, hyperlinks, cijfers (ik houd van cijfers. Cijfers zijn beter dan ‘heel veel’ en ‘heel weinig’ of ‘bijna de helft’) en zelfgemaakte illustraties.

Af en toe iets met groen-doen-&-christen-zijn, groene politiek, groen-doen-en-sporten, en/of meer algemene hippie-achtige zaken. Want als ik later groot ben wil ik vego-eco*-christen-hippie worden. Hoewel ik net begrepen heb dat kort haar veel milieuvriendelijker is dan lang en het bijbehorende kapsel dus een nog te overdenken element is… (tenzij je dat lange haar niet wast, en dat vind ik vies. Ik wil wel graag een vego-eco-christen-hippie zijn die niet vies ruikt).

Dan nog de disclaimers; 1) dit blog heeft geen commercieel belang en whatever ik doe aan citaten en verwijzingen doe ik in de veronderstelling dat de bron geen bezwaar zal hebben tegen het voortgeven van zijn/haar bevindingen (en de kosteloze promo). 2) Ik heb wel de ambitie om bewust te leven & anderen zo af en toe een beetje te inspireren, maar niet om No Impact Man the second te worden. 3) Omdat dit blog schrijven een tegenhanger van mijn verlammende perfectionisme als het gaat om romanschrijven wil worden handhaaf ik geen woordenlimiet boven of onder handhaaf & zal niet alles altijd to the point zal zijn (maar hopelijk wel dat het leuk wordt om te lezen (?)).

*in my mind is eco voorlopig nog hetzelfde als duurzaam en is plantaardig eten daar een integraal, of zelfs het belangrijkste, onderdeel van. Vast ga ik vroeger of later de subtiele en minder subtiele verschillen tussen bio, eco, en duurzaam-o uitpluizen.

Bron&Verwijzing
~Farquharson, Vanessa. Groen, Groener, Groenst, …. Amsterdam: De Boekerij, 2010. Vertaald door Inger Limburg. Vertaling van Sleeping naked is green: how an eco-cynic unplugged her fridge, sold her car, and found love in 366 days. Boston: Houghton Mifflin Harcourt, 2009.
~Blog Vanessa Farquharson – hierop hield ze haar 366-dagen-lijst en de uitwerkingen daarvan bij waarover ze ook het genoemde boek schreef.
~Website Vanessa Farquharson
~Website No Impact Man